Overgangsjaar 2010
In 2010, speelt op het gebied van toezicht en handhaving kinderopvang een aantal grote veranderingen. Per 1 januari 2010 wijzigt de Wet Kinderopvang, met daarmee samenhangend de invoering van het Landelijk Register en de start van eerstelijnstoezicht op gastouders. Vanwege deze veranderingen en de extra inzet die deze vragen van gemeenten en GGD'en, zijn de volgende afspraken gemaakt door Staatssecretaris Dijksma van OCW, de bestuurder van VNG, GGD Nederland en Inspectie van het Onderwijs:
- Alle gastouders worden door de GGD geïnspecteerd.
- Alle gastouderbureaus worden door de GGD geïnspecteerd.
- Kindercentra (KDV en BSO) die in 2009 aan de zogenaamde kernzaken voldoen, worden in 2010 niet geïnspecteerd.
- Overige kindercentra krijgen een inspectie op kernzaken. Deze kernzaken zijn benoemd in het model van Risico Gestuurd Toezicht. (zie info risico gestuurd toezicht onder inspecties)
Meer informatie over de wetswijziging voor ouders, gastouders en gastouderbureaus: www.implementatiekinderopvang2010.nl
Inspecties
Er zijn verschillende momenten waarop een inspectie door de GGD wordt uitgevoerd. Avonturijn heeft de inspectierapporten inzichtelijk gemaakt op haar website. Hier treft u van alle locaties en van het gastouderbureau de meest recente inspectierapporten aan.
Na aanvraag registeropname
Ieder nieuw kindercentrum is verplicht zich te melden bij de gemeente. De gemeente registreert het kindercentrum en meldt dit bij de GGD. Binnen tien weken moet de GGD een onderzoek uitvoeren om te bepalen of er sprake is van kinderopvang volgens de wet Kinderopvang.
Tevens wordt gekeken of er voldoende waarborgen voor kwaliteit zijn om van start te kunnen gaan. Kindercentra zijn verplicht om wijzigingen betreffende een bestaand kindercentrum te melden bij de gemeente.
Drie maanden onderzoek
Binnen drie maanden na de start van een nieuw kindercentrum wordt opnieuw een inspectie verricht.
Jaarlijks onderzoek
In principe wordt iedere locatie en het gastouderbureau jaarlijks bezocht en worden de 7 domeinen uit de Wet Kinderopvang getoetst.
Na klachten en incidenten en nader onderzoek
Naar aanleiding van klachten kan een gemeente de GGD verzoeken een extra inspectie uit te voeren. Tevens kan er een extra onderzoek plaatsvinden als een onderdeel niet voldoende scoort tijdens het jaarlijks onderzoek. De vervolginspectie wordt uitgevoerd door een deskundige toezichthouder.
Risicogestuurd toezicht (RGT)
Volgens een landelijk ontwikkeld model is het mogelijk een onaangekondigde inspectie op de kernzaken uit te voeren bij kindercentra. Dit model bestaat uit:
- Observatie van de pedagogische praktijk, de beroepskracht-kind-ratio, maximale groepsgrootte, veiligheid en gezondheid, slaapruimte, gebruik van Nederlands als voertaal, aanwezigheid van voldoende en kwalitatief goed ontwikkelingsmateriaal en bij wijziging van het aantal kinderen op ruimte: de binnen- en/of buitenspeelruimte.
- Steekproeven van verklaringen omtrent gedrag (VOG) en diploma's.
- Vragen aan beroepskrachten over bekendheid met het prococol Vermoeden kindermishandeling en het pedagogisch beleidsplan. Daarnaast kunnen aanvullende vragen gesteld worden aan beroepskrachten en/of de locatieverantwoordelijke over de beroepskracht-kind-ratio, wijziging van het aantal kinderen of van de ruimte.
Nader onderzoek
Indien er tijdens een inspectie onderdelen uit de Wet Kinderopvang onvoldoende worden gewaarborgd wordt een advies uitgebracht door de GGD aan de gemeente. De gemeente hanteert een vastgesteld handhavingsmodel. Hieruit kan een nader onderzoek door de gemeente worden aangevraagd. Afhankelijk van de overtreding wordt binnen de hieraan gerelateerde termijn een inspectie uitgevoerd door de GGD.



